De Loge "Karel van Zweden" te Zutphen: Beknopt historisch overzicht.
De voorgeschiedenis.
De Maçonnieke werkzaamheden in en rond Zutphen beginnen in de tweede helft van de 18e eeuw. Het Schotse regiment van kolonel Stuart richtte in 1773 de Loge "Le Temple du Bonheur" op. Vervolgens wordt de Loge'" La Concorde" ("La Fondatrice") vermeld, behorend bij het regiment van luitenant-generaal d' Envie, die sinds 1757 in een twaalftal garnizoenssteden wekte, laatstelijk in Zutphen in 1786. Van deze ambulante Loges zijn helaas geen schriftelijke bronnen bewaard gebleven. Anders dan in Deventer, waar in 1774 de Loge "De Broederschap" en tien jaar later de Loge "Le Préjugé Vaincu" werd opgericht, ontbreekt in Zutphen gedurende deze tijd elk spoor van een vrijmetselaarsloge.
Een Loge in Zutphen: "Karel van Zweden".
Eerst in 1848 besluiten de Zutphense leden, tot dan behorend bij de loge in Deventer, in Zutphen een Maçonnieke Sociëteit op te richten, in de Casinozaal van de "Grote of Oranjesociëteit"aan de Oude Wand. De inwijding daarvan volgt in januari 1849, maar de toenmalige vrijmetselaren waren daarmee nog niet helemaal tevreden. Zij wilden een eigen Loge stichten en richtten daartoe een verzoek tot de Grootmeester-Nationaal Prins Frederik.Het huwelijk van diens oudste dochter Louisa met Kroonrins Carl van Zweden was aanleiding de Zweedse prins te vragen zijn naam en wapenkleuren (blauw en geel) voor de nieuwe Loge te mogen gebruiken.
Dit verzoek werd ingewilligd en ook het Nederlandse Grootoosten was intussen akkoord gegaan met de oprichting van een Loge in Zutphen, die op 22 november 1851 werd ingewijd. De toenmalige 13 Meesters, 4 Gezellen en 5 Leerlingen benoemden Prins Carl tot de eerste "Meester van Eer". In 1860 werd de Zweedse prins uitgeroepen tot Koning Carl XV, bij welke gelegenheid hij zijn vader ook als Grootmeester van de Zweedse vrijmetselarij opvolgde. Een jaar later schonk hij de Zutphense Loge zijn geschilderd portret ter gelegenheid van de opening van het nieuwe Logegebouw aan de Rozengracht.
Uitbreiding in de regio.
In 1872 stichtte men vanuit Zutphen een Maçonnieke Sociëteit in Hengelo (Ov.), die later een zelfstandige Loge ("Tubantia") is geworden en overgeplaatst is naar Enschede. Ook in Doesburg richtte men een Maçonnieke Sociëteit op (1876) , wat later de Loge "Broedertrouw" werd, die in 1972 verplaatst werd naar Doetinchem. Nog weer later, in begin 1951, vond vanuit Zutphen de oprichting plaats van de Loge "De Achterhoek" in Winterswijk.
Huisvesting.
De Loge "Karel van Zweden" heeft in de afgelopen 125 jaar dikwijls van adres gewisseld. Van de ambulante werkplaats in "De Groote Sociëteit" werd slechts een jaar gebruik gemaakt. Men verhuisde daarna naar Kolenstraat 3 en in 1861 werd een definitief Logegebouw betrokken, de omgebouwde Oud-Katholieke kerk aan de Rozengracht. Dit pand moest echter in 1890 wijken voor een verbreding van de weg naar het centrum van de stad. Een ander gebouw vonden zij aan de overzijde van de Rozengracht, waaraan echter ingrijpende verbouwingen moesten plaatsvinden, zodat men een jaar lang zijn heil moest zoeken op diverse plekken in de stad. In oktober 1935 kon het huidige pand aan de Zaadmarkt worden ingewijd. Voor een kostprijs, inclusief inventaris, van 20.000 gulden!
Wederopbouw na Duitse bezetting en brand.
Na de laatste bijeenkomst op 9 mei 1940 moest de Werkplaats prijsgegeven worden aan roof en willekeur. Meubilair, maçonnieke voorwerpen, het archief en de bibliotheek werden een prooi van onverlaten.
Na de bevrijding slaagden de logeleden met behulp van velen maar vooral met grote eigen inzet er in, de Loge weer bruikbaar te maken. Dit veranderde op slag toen in januari 1970 een enorme brand het pas gerestaureerde pand zo ongeveer in een ruïne veranderde. Opnieuw bleek de grote bereidheid om gezamenlijk de schouders onder het herstel te zetten en in september 1971 kon het gebouw weer in gebruik worden genomen. Bij die gelegenheid ontving de Loge uit handen van de Zweedse ambassadeur het derde (!) portret van Koning Carl XV. Gedurende de tijd van dit herstel genoot "Karel van Zweden" gastvrijheid in het logegebouw van de Zutphense afdeling van de Orde van Odd Fellows. Wij herdenken deze amicale geste jaarlijks in een gezamenlijke bijeenkomst.
1848 - 2008: Een beoordeling.
Door de geschetste rampen die de Loge heeft getroffen zijn er nauwelijks nog archiefstukken waaruit zou kunnen blijken hoe de Logeleden hun vrijmetselaarschap hebben beleefd. Wél blijkt uit de historie de vitaliteit van de Loge: Men heeft als daartoe de noodzaak ontstond steeds andere huisvesting bemachtigd; ook de rampen van de 20e eeuw zijn met groot elan te boven gekomen. Die vitaliteit blijkt ook uit de steun die aan initiatieven werd verleend om elders Loges te stichten. Als het verleden, zoals wel wordt gezegd, een proloog is, kan de toekomst van de Loge "Karel van Zweden" met vertrouwen tegemoet worden gezien.
De Loge "Karel van Zweden": Heden en nabije toekomst.
We zijn thans in de Loge met een zo'n zestig leden, gevolg van een kleine maar regelmatige groei over een aantal jaren. Wij komen wekelijks bijeen (uitgezonderd in de maanden juli t/m september) in het Logegebouw, dat uit twee delen bestaat: De Voorhof en de Tempel. Deze laatste ruimte wordt gebruikt bij bijzondere gelegenheden, zoals opening en sluiting van het werkjaar, de aanname van nieuwe leden, de bevordering van leerlingen tot gezel of de verheffing van gezellen tot meester. In de Tempel vinden we meer symboliek, zijn we bijeen in aangepaste kledij, werken we volgens uitgebreide ritualen en besluiten we zulke bijeenkomsten met een broedermaal in de Voorhof. In die ruimte komen we ook bijeen als een van de leden een voordracht houdt over een bepaald onderwerp. Ook hier werken we volgens een rituaal, dat minder omvattend is. Over zo'n voordracht wordt vervolgens van gedachten gewisseld, waarbij het er om gaat het onderwerp van alle zijden te belichten, andere meningen naast die van de inleider te stellen. Naar een meerderheidsstandpunt of eindconclusie wordt niet gestreefd. Een rol bij deze besprekingen speelt ook de geheimhouding: Niets van wat wordt gezegd komt naar buiten. Dat is geen vrijbrief om zó maar wat te zeggen, maar hardop denken, dat in je bestaan buiten de loge soms meteen wordt afgestraft, kan in de loge wél. Na de discussie is er het informeel samenzijn aan de bar, waar nagepraat kan worden in kleiner verband.
Regelmatig verwelkomen we ook in onze zittingen bezoekers van Loges elders in Nederland. Sommigen van ons gaan zoals zij op bezoek bij andere Loges, in Nederland maar ook in het buitenland.
Onze goed voorziene bibliotheek tenslotte maakt het ieder mogelijk zich te verdiepen in al die aspecten van de vrijmetselarij waarmee je in het werken in de Loge al in eerste instantie kennis maakt. Door dit alles ervaren wij het werken in de Loge als een krachtbron, waaraan wij onze mentale accu keer op keer opladen. Zó toegerust gaan we het normale bestaan beter in.